BSL Oost

Met Sprongen Vooruit. Begeleiding startende leraren in regio Oost

Het ministerie van OCW is een landelijk project gestart gericht op de begeleiding van startende leraren. Doel is de professionele groei van startende leraren te bevorderen en voortijdige uitval te voorkomen. In regio Oost werken scholen voortgezet onderwijs samen met de lerarenopleidingen van de Universiteit Twente en de hogeschool Windesheim aan dit project.

Onderzoek toont aan dat met behulp van op maat gesneden inductiearrangementen de professionele doorgroei in het leraarschap versneld kan worden. Daarbij zijn de volgende voorwaarden relevant: leerzaam werk met een balans tussen kwaliteit en kwantiteit van het werk, aandacht voor de schoolcultuur en het schoolbeleid, begeleiding d.m.v. professionele ontwikkelingsplannen, feedback en coaching n.a.v. observaties, intervisie met collega’s en begeleiding door een vakcoach. Deze elementen moeten daarom terugkomen in effectieve inductiearrangementen.

Met behulp van deze inductiearrangementen is het mogelijk om de kwaliteit van de startende docent op een hoger niveau te brengen. Door gerichte begeleiding in de ‘zone van de naaste ontwikkeling’ kunnen beginnende leraren in korte tijd de kwaliteit van hun lessen verbeteren. Dat heeft niet alleen een gunstig effect op de leerprestaties in de klas, maar ook op hun doorgroei in het beroep en voorkomt daarmee voortijdig beroepsuitval.

Het Ministerie van OCW stimuleert de begeleiding van startende leraren door middel van subsidies aan lerarenopleidingen en scholen in het voortgezet onderwijs. Scholen in de regio Oost werken samen met de lerarenopleidingen van de Universiteit Twente en Windesheim aan schoolspecifieke begeleidingsprogramma’s voor startende leraren.

Hoe verloopt het project in de regio Oost?

Jaar 1: ontwikkeling van een inductiearrangement

Tijdens het eerste jaar van deelname aan het project ontwikkelt en implementeert de school een eigen schoolspecifiek inductiearrangement. Daarin wordt beschreven hoe startende leraren gedurende de eerste drie beroepsjaren op school gefaciliteerd en begeleid worden. Het generieke inductiearrangement dat is ontwikkeld door de eerste groep scholen die als “kwartiermaker” tijdens schooljaar 2013-2014 zijn begonnen, dient als inspiratiebron.

Een effectief begeleidingsprogramma dient in elk geval de onderstaande aspecten te bevatten die volgens onderzoek effectief blijken bij de begeleiding van startende leraren:

  • leerzaam werk met een balans tussen kwaliteit en kwantiteit van het werk
  • aandacht voor de schoolcultuur en het schoolbeleid
  • begeleiding d.m.v. professionele ontwikkelingsplannen
  • feedback en coaching naar aanleiding van observaties
  • intervisie met collega’s
  • begeleiding door een vakcoach

Het is bovendien van belang om een goed werkend systeem van kwaliteitszorg te hebben. Hiermee kan voorkomen worden dat het schoolspecifieke inductiearrangement een papieren tijger wordt.

Parallel aan de ontwikkeling van het inductiearrangement nemen scholen deel aan relevante professionalisering, zoals de ICALT training, de opleiding videofeedback of lesson study.

Jaar 2: implementatie van het inductiearrangement + deelname onderzoek

Het tweede en daarop volgende jaren staan in het kader van implementatie en het aanscherpen van het inductiearrangement. Daarnaast nemen de scholen 3 jaar lang deel aan het landelijke onderzoek vanuit de Rijksuniversiteit Groningen.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de effecten van inductiearrangementen op de ontwikkeling van startende docenten, ook wel starters genoemd. Het landelijk onderzoek richt zich op de vragen: zijn de (regionale) inductiearrangementen effectief? En kunnen de inzichten die voortkomen uit de samenwerking tussen de scholen en de universitaire lerarenopleiding (ulo) en het hoger beroeps onderwijs (hbo) leiden tot verbeterde inwerktrajecten voor starters?

Om na te gaan of de begeleiding van starters oplevert wat het beoogt, wordt het volgende onderzocht:

  • de daadwerkelijke implementatie van het inductiearrangement;
  • de kwaliteit van pedagogisch-didactisch handelen van een starter vanuit het perspectief van iemand met ruime ervaring in het onderwijs;
  • de kwaliteit van pedagogisch-didactisch handelen van een starter door de ogen van leerlingen;
  • de longitudinale ontwikkeling van het pedagogisch-didactisch handelen van starters;
  • uitval uit het beroep en vertrek naar andere scholen.

Neem voor meer informatie contact op met projectleider dr. Ingrid Breymann van de Universiteit Twente. E-mail: l.e.i.breymann@utwente.nl, tel: 053 – 489 6267.

Kijk ook eens op de landelijke website van het BSL project voor meer algemene informatie en om te zien hoe andere regio’s de begeleiding aanpakken.

Advertenties