FAQ

Projectdeelname en (subsidie)voorwaarden

Welke docenten komen in aanmerking voor begeleiding volgens het schoolspecifieke inductiearrangement?
Doel van het project is het ondersteunen van scholen bij het opzetten van een goede en duurzame begeleiding(sstructuur) voor startende docenten die ook na afloop van het project in stand blijft.

Startende docenten moeten:
– op school door jullie worden begeleid zoals in jullie (nieuwe) inductiearrangement beschreven,
– 3 jaar lang meedoen aan het landelijke onderzoek: inductie monitor, ICALT observaties, en exit interview (indien van toepassing).

Er kunnen geen nieuwe docenten meer aangemeld worden voor het project. Het project eindigt na schooljaar 2018/2019.

Wanneer is een docent een ‘startende docent’ volgens subsidievoorwaarden van OCW?
Tijdens de projectperiode (t/m schooljaar 2018/2019) is subsidie beschikbaar op basis van het aantal startende docenten dat aan de volgende voorwaarden voldoet. Voor het toekennen van subsidie voor het BSL project hanteert het ministerie OCW de volgende definitie: “Een startende docent is een bevoegd docent met 0-2 jaar werkervaring in het onderwijs na het behalen van de bevoegdheid.”

In aanmerking komen dus docenten die:
– niet langer dan 2 jaar geleden hun bevoegdheid hebben behaald (dat mag ook een 2e graads docent zijn die niet langer dan 2 jaar geleden zijn/haar 1e graads bevoegdheid heeft behaald en sindsdien in de bovenbouw les geeft)
– of langer dan 2 jaar geleden hun bevoegdheid hebben behaald maar daarna niet meer dan 2 jaar in het onderwijs hebben gewerkt (op het niveau van de bevoegdheid).

In principe komen tijdelijke vervangingen niet in aanmerking voor subsidie. Er is een uitzondering: als a)een tijdelijke vervanging langdurig is en je weet dat al bij aanvang van de vervanging en b)de starter wordt begeleid m.b.v. het inductiearrangement, geef deze starter dan gewoon op voor subsidie. Als je maar kunt verantwoorden waarom dit in dit specifieke geval gerechtvaardigd is.

 

Waar kan ik de subsidie voor gebruiken?
Scholen en lerarenopleidingen in regio Oost hebben afgesproken dat de subsidie die scholen ontvangen per startende docent wordt gebruikt voor de begeleiding van startende leraren. Hierbij kunt u denken aan:

Uren/ vergoeding voor de (vak)coaches die de startende docent observeren en coachen m.b.v. het ICALT instrument;
Uren/ vergoeding voor professionalisering van begeleiders van startende docenten. Denk aan deelname aan opleiding videofeedback, cursus ICALT, etc.
Uren/ vergoeding voor deelnemers aan een lesson study team (startende docent, ervaren docent, procesbegeleider).
De subsidie zal echter niet toereikend zijn om alle benodigde uren te bekostigen.

Wanneer wordt de subsidie uitbetaald?
De subsidie wordt in 2 termijnen uitbetaald: de eerste termijn (1.000,- euro per startende docent) aan het begin van het traject en de tweede termijn (eveneens 1.000,- euro per startende docent) na het inleveren van alle vragenlijsten/observaties.
Hoe wordt de subsidie uitbetaald?
De Universiteit Twente betaalt de subsidie voor de scholen uit nadat OCW deze heeft verstrekt (rond de jaarwisseling). De eerste termijn is voor alle starters afgerond. Voor de tweede termijn (1.000,- euro per startende docent) verloopt de uitbetaling als volgt:

1. De UT stuurt elke school (contactpersoon) een mededeling over de toekenning van de subsidie. Deze mededeling gaat vergezeld van de lijst startende docenten (per school) zoals die bij de UT is bekend en is ingediend bij OCW.
2. Jullie checken de gegevens op de lijst en schrappen de namen van docenten die er ten onrechte opstaan (bijv. omdat zij toch niet meedoen met het project of hun gegevens niet kloppen).
3. Overeenkomstig de (mogelijkerwijs gewijzigde) lijst sturen jullie een factuur naar de UT over 1.000,- euro per startende docent, deze factuur wordt vervolgens uitbetaald door de UT.

Waar stuurt de school de digitale factuur naar toe en wat moet er worden vermeld?
Stuur de factuur (alleen in pdf formaat) digitaal naar: invoices(at)utwente.nl

Vermeld het volgende op de factuur:
– Naam en adres van je school;
– Het juiste factuuradres:Universiteit Twente, Crediteuren administratie, Postbus 217, 7500 AE Enschede
– Factuurnummer en datum;
– “OFI nummer 409.11334.8225 BTW Onbelast Vrij”;
– Omschrijving: “Subsidie voor startende docenten, namenlijst zie bijlage”
– Uw SWIFT/BIC- en IBAN-code (bankrekening);
– Uw BTW- en KvK-nummer;

Projectonderdelen

Hoe ziet een inductiearrangement eruit?
U maakt een inductiearrangement voor startende leraren dat past bij uw school. U kiest daarvoor de vorm die voor u het beste werkt (bijvoorbeeld een activiteitenplan, of een beleidsstuk).

Uit onderzoek komen een aantal elementen naar voren die essentieel zijn voor de effectiviteit van een inductiearrangement. Als uw school wil deelnemen aan het project moeten deze effectieve elementen rondom de begeleiding van startende leraren worden opgenomen in uw inductiearrangement. Het zijn algemene punten- hoe u deze precies invult op uw school staat u vrij.

Verplichte elementen in het schoolspecifieke inductiearrangement
In het kader van de Rijksuniversiteit Groningen voor de begeleiding van startende leraren staat dat de begeleiding van beginnende leraren het meest effectief is, wanneer er sprake is van:

1 leerzaam werk met passende werkdruk.
2 aandacht voor de schoolcultuur en het schoolbeleid (enculturatie)
3 begeleiding d.mv. professionele ontwikkelingsplannen.
4 feedback en coaching naar aanleiding van observaties
5 intervisie met collega’s.
6 begeleiding door een vakcoach.

Het is bovendien van belang om een goed werkend systeem van kwaliteitszorg te hebben. Hiermee kan voorkomen worden dat het schoolspecifieke inductiearrangement een papieren tijger wordt.

In het schoolspecifieke inductiearrangement moeten daarom de volgende vier thema’s worden opgenomen:

Thema 1 – Werkdruk & leerzaam werk (nr. 1)
Thema 2 – Enculturatie (nr. 2)
Thema 3 – Coaching & begeleiding (nrs. 3 t/m 6)
Thema 4 – Kwaliteitszorg

Let op: de zes punten die hierboven genoemd worden als effectief bij de begeleiding van startende leraren moeten verplicht worden opgenomen in het schoolspecifieke inductiearrangement om in aanmerking te kunnen komen voor de subsidie vanuit OCW! De tweede verplichting vanuit OCW is dat het inductiearrangement een periode van drie jaar beschrijft.

Generiek inductiearrangement als hulpmiddel
In het project is een zogeheten “Generiek Inductiearrangement” ontwikkeld. Dit dient als hulpmiddel voor scholen om hun eigen schoolspecifieke inductiearrangement verder te ontwikkelen. Bij elk van vier thema’s zijn bijvoorbeeld mogelijke activiteiten geformuleerd. Op de pagina ‘materialen’ vindt u dit generieke inductiearrangement en andere handige hulpmiddelen.

Hoe selecteer ik een klas om te observeren met het ICALT instrument?
Het is voor een goede lesobservatie belangrijk dat getrainde ICALT observatoren een afspraak maken met de beginnende docenten die zij wensen te observeren. Door deze vooraankondiging kan de beginnende docent een goed observeerbare les plannen. Tevens kan de beginner een klas selecteren waarvan hij/ zij denkt goed zijn/ haar professionele groei te kunnen laten zien (liever geen makkelijke of al te moeilijke klas). De RUG heeft ter ondersteuning van de ICALT observatoren een zogenaamd “gedragsprotocol” ontwikkeld.
Hoe werkt de ICALT app?
De ICALT lesobservaties kunnen via een app ingevuld worden. Deze app is een soort website die toegankelijk is via verschillende apparaten (hoeft niet via een App store o.i.d. gedownload te worden). De app biedt vele voordelen boven het gebruik van een papieren lesobservatieformulier. Zo zijn de extra handelingen om de observatieformulieren naar de RuG te versturen niet meer nodig (dit gebeurt in de app namelijk met één druk op de knop). Bovendien kunnen formulieren niet zoek raken (in de school, of in de post) en kan daarmee de anonimiteit beter gegarandeerd worden. Verder worden alle observaties direct opgeslagen in iemands account (zodat deze later weer te raadplegen zijn), waardoor de observator de notities die hij/ zij voor de docent heeft gemaakt makkelijk kan nalezen. Ook zijn eerder uitgevoerde observaties gemakkelijk te raadplegen. Volgens sommigen is de app ook makkelijker in te vullen dan de papieren versie. Tenslotte biedt het ook voor de docent een voordeel: na het versturen van de observatie door de observator, krijgt de docent meteen een feedbackrapportage in zijn/ haar mailbox.

Persoonlijke inloggegevens worden voor elke observator (die een ICALT training heeft gevolgd) aangemaakt. Zodra de inloggegevens gegenereerd zijn, ontvangen de aangemelde observatoren een mail met daarin de benodigde informatie, waaronder een handleiding. Wanneer een observator inlogt, zijn zaken als de school (of scholen) waar hij/zij komt observeren en de docenten die op die school meedoen aan het project, al zichtbaar. Dat maakt het invullen makkelijker en zorgt voor minder fouten in de data.

Het gebruik van de app is niet verplicht. Observatoren kunnen gebruik blijven maken van het papieren lesobservatieformulier.

Meer informatie over de ICALT app vindt je op de pagina ‘Materialen’

Hoe zorg ik voor een goede afname van de ICALT leerlingenvragenlijst?
Selectie van de klas
Per docent vult één klas een leerlingvragenlijst in waarin leerlingen hun mening geven over het lesgeefgedrag van de betreffende docent.Deze klas is bij voorkeur:
– minimaal 18 leerlingen groot,
– de klas die in deze dataverzamelingsronde ook geobserveerd is.
– indien van toepassing: dezelfde klas die vorig jaar de vragenlijst heeft ingevuld

Zoals u ziet zijn dit voorkeuren die praktisch niet altijd uitvoerbaar zijn. Dat begrijpen we en het niet kunnen voldoen aan deze voorkeuren levert geen problemen op. We willen hiermee slechts de meest wenselijke situatie schetsen.

Digitale vragenlijst
Om deze elektronische vragenlijst te verspreiden, ontvangt de schoolcontactpersoon van de RuG een mail met daarin een lijst van de beginnende docenten voor wie een klas een leerlingvragenlijst gaat invullen. Daarbij ontvangt de schoolcontactpersoon een link en per docent een unieke code die leerlingen kunnen gebruiken om met de vragenlijst te kunnen beginnen. In die mail staat ook wat de schoolcontactpersoon dient te regelen om de dataverzameling voorspoedig te laten verlopen. Wij raden aan een computerlokaal voor iedere klas (één klas per beginnende docent) te reserveren, waarin de leerlingen tegelijkertijd ongestoord de vragenlijst in kunnen vullen.

Organisatie rondom afname vragenlijst
De leerlingen hebben voor de vragenlijst maximaal 25 minuten nodig. Deze vragenlijst wordt in afwezigheid van de betreffende docent ingevuld. Daarom dient de schoolcontactpersoon of een andere docent hierbij als surveillant ingezet te worden. Scholen die dit wensen kunnen de RuG via lonie@rug.nl verzoeken een papieren versie van de leerlingvragenlijst op te sturen.

Wie krijgt de resultaten van de ICALT observaties en ICALT leerlingvragenlijst te zien?
De beginnende docenten ontvangen van zowel de lesobservaties als de leerlingvragenlijst een terugkoppeling, zodat ze hun scores kunnen vergelijken met de scores van andere docenten. Deze terugkoppeling wordt vertrouwelijk verzonden. Het is aan de docent of hij/zij deze terugkoppeling wil inbrengen in een coaching-/ begeleiding-/ voortgangsgesprek.
Een startende docent heeft mijn school verlaten. Wat moet ik nu doen?
U meldt het vertrek van een startende leraar waarvoor uw school subsidie ontvangt met een e-mail naar de projectleider van de RuG op e-mailadres lonie@rug.nl. Deze melding bevat de volgende informatie:

– Naam van de startende leraar
– Reden van vertrek
– Contactgegevens van de beginner (privé e-mail adres of telefoonnummer)
– Datum van uitdiensttreding

Advertenties